Benjamin van der Speck
Ik heb maarvierleerlingen
Hulp als hij het niet kan. Grenzen als hij het niet wil.

In elke klas
In elke klas zitten leerlingen die meedoen en leerlingen die afleiden of afhaken. Leerlingen die de stof hebben, en leerlingen die erop worstelen. Twee vragen. Vier posities. Zodat je maandag iets in de zak hebt.
1. Kan hij het?
2. Wil hij het?
Twee assen
Wil × kan. Vier posities.
Links wil niet, rechts wil wel. Boven kan wel, onder kan niet. Een positie dit uur — geen etiket voor het rapport.

1. Leeuw
Betrokken Beheerser
Doet mee, heeft de stof, de les kan door.

2. Paard
Enthousiaste Worstelaar
Wil wel, begrijpt nog niet. Daarom zit je voor.

3. Meeuw
Afgeleide Kenner
Redt het zelf; kost de klas dit uur. Asociaal naar de groep dit uur — geen karaktervonnis.

4. Mol
Afhakende Zoeker
Eerst check kunnen vóór wil. Ontbreekt kunnen: hulp eerst, grens als de houding de les stopt. Is de check raak: houding eerst; hulp is dan het verkeerde gereedschap.
Scholingen
Een studiedag maakt het tastbaar: eigen klassen, eigen cases, één maandagactie mee naar huis.
Het boek is het visitekaartje. Benjamin komt naar de school.